Ontwormingsmiddelen voor paarden worden op grond van het werkingsmechanisme van de werkzame stof verdeeld in vier groepen:

  • produkten op basis van fenbendazol
  • produkten op basis van pyrantel pamoaat
  • produkten op basis van ivermectine of moxidectine
  • produkten op basis van praziquantel

Bovenstaande middelen zijn werkzaam tegen diverse wormen. In onderstaand schema wordt aangegeven tegen welke wormen en welke stadia deze middelen werken. Resistentie tegen wormmiddelen kan er echter voor zorgen dat deze werkzaamheid verminderd wordt.

 

soort wormfenbendazolpyrantelivermectinepraziquantel
     
kleine bloedwormvolwassen worm volwassen worm volwassen worm* nee
grote bloedwormvolwassen wormvolwassen wormvolwassen worm* nee
spoelwormvolwassen wormvolwassen wormvolwassen worm*nee
veulenwormvolwassen wormvolwassen wormvolwassen worm*nee
aarswormvolwassen wormvolwassen wormvolwassen worm*nee
longwormvolwassen wormvolwassen wormvolwassen worm*nee
lintwormneejaneeja
paardenhorzelneeneejanee
effect op wormeitjesjaneeneenee

* moxidectine werkt ook tegen de larvale stadia

Produkten met moxidectine als werkzame bestanddeel mogen niet worden toegediend aan veulens jonger dan vier maanden!

Alle ontwormingsmiddelen worden in meer of mindere mate uitgescheiden met de mest. Alleen de ivermectines hebben een langdurige insektendodende werking en dus een negatieve invloed op de vrijlevende insekten op de weide.

Behandelingsinterval

Een behandelingsinterval is de tijd tussen het ontwormen en het opnieuw verschijnen van wormeitjes in de mest en is per ontwormingsmiddel verschillend. Dit interval is ondermeer een afspiegeling van de effectiviteit en werkingsduur van het middel. Voor bovenstaande middelen geldt een interval van:

fenbendazol6 weken
pyrantel6 weken
ivermectine8 weken
moxidectine12 weken

Resistentie tegen wormmiddelen

Resistentie tegen wormmiddelen houdt in het wormen niet meer gevoelig zijn voor bepaalde wormmiddelen. Officieel spreken we van resistentie wanneer een ontwormingsmiddel in de juiste dosering en op de juiste manier toegepast minder dan 95% van de wormensoort doodt.

In  Nederland is resistentie tegen diverse middelen aangetoond. Dat wil overigens niet zeggen dat alle wormen van die soort in alle gevallen en onder alle condities resistent zijn. Wel is het raadzaam bij een grote mate van resistentie voor een ander middel te kiezen en de ontwormingsstrategie goed onder de loep te nemen. Zie ook Wormbestrijding.

Zo is de kleine bloedworm in grote mate resistent tegen produkten op basis van fenbendazol en pyrantel, maar gelukkig nog niet tegen de ivermectines. Daarentegen wordt er steeds vaker resistentie onder spoelwormen en aarswormen tegen ivermectines gevonden.

Om resistentie te voorkomen is het van belang om een adequate wormstrategie te hanteren en wanneer er ontwormd moet worden de juiste dosering en de juiste toedieningswijze te kiezen.

bron: o.a www.wormbestrijding.nl