De aarsworm (Oxyuris equi) is een worm die in de laatste deel van de endeldarm van het paard leeft en onder nederlandse omstandigheden geen grote rol speelt.

Wat is droes?

Droes is een besmettelijke ziekte bij het paard die veroorzaakt wordt door de bacterie Streptococcus equi. Alhoewel droes voornamelijk voorkomt bij jonge dieren (1 maand - 5 jaar), zijn alle paarden en ponies van elke leeftijd en ras gevoelig. Typisch voor droes is de abcesvorming van de lymfeklieren in de keelstreek van het paard of pony.

Op 8 september 2010 werd Nederland opgeschrikt door het bericht dat in Engeland een paard aangetroffen werd met equine infectieuze anemie (EIA) of moeraskoorts wat afkomstig was uit Ede, Nederland. Het paard had geen klinische verschijnselen en de overige 5 dieren van dezelfde groep waren negatief op EIA. Nederland is officieel vrij van EIA. In 2006 zijn er incindentele meldingen geweest in Frankrijk, Duitsland, Ierland en Groot-Brittanië, in 2007 in Frankrijk en Roemenië. In Italië wordt de ziekte regelmatig aangetroffen.

De grote bloedworm (Strongylus vulgaris) is 2 tot 5 cm groot en is door een adequate ontworming de afgelopen 15 jaar steeds minder belangrijk geworden. Op veel paardenbedrijven en maneges komt  hij dan ook niet meer voor.

Wat is een schimmelinfectie bij het paard?

Een huidschimmelinfectie of dermatomycose is een aantasting van de oppervlakkige lagen van de huid en de vacht door aantal nauw verwante schimmels zoals Trichophyton en Microsporum. De problemen ontstaan vaak in de herft en winter en vooral jonge dieren worden besmet, alhoewel alle leeftijdsgroepen gevoelig zijn. Andere benamingen zijn ringschurft, ringvuur, ringworm of rijksdaalderschurft.

Wat is influenza ? 

Het influenzavirus (griepvirus) van het paard veroorzaakt een infectie van de voorste luchtwegen, waarbij men hoge koorts, niet eten, algemeen ziek zijn en hoesten als symptomen kan aantreffen. Alhoewel influenza op alle leeftijden voorkomt zijn met name jonge en oude dieren gevoelig. Er zijn dieren die een infectie doormaken zonder dat we dat merken. Als gevolg van de slijmvliesbeschadigingen door het virus kunnen bacteriën, die normaal op de slijmvliezen voorkomen, zorgen voor een secundaire bacteriële infectie. Veulens, die van de merrie onvoldoende antistoffen via de biest hebben binnen gekregen kunnen aan een influenza infectie sterven. Volwassen paarden sterven zelden aan een influenza infectie.

De kleine bloedworm (Cyathostominae spp.) is een van de belangrijkste wormen bij het paard. Er zijn circa 50 soorten beschreven van deze kleine rode worm waarvan er ongeveer 10 veel voorkomen. de kleine bloedworm kan in grote aantallen in de dikke en blinde darm voorkomen en dieren van alle leeftijden zijn gevoelig omdat er geen immuniteit tegen deze wormen wordt opgebouwd.

De lintworm van het paard (Anoplocephala perfoliata) is een korte worm met een driehoekige lichaam. De volwassen worm varieert van 3 tot 8 cm in lengte en de kop is uitgerust met vier haken waarmee de parasiet zich stevig in het darmslijmvlies van het paard kan vestigen. Uit een onderzoek in 1996 blijkt circa 23% van de paarden in Nederland lintwormen bij zich heeft waarbij ernstige infecties nauwelijks voorkomen. De lintworm leeft op de overgang van de dunne naar de dikke darm en in de blinde darm en zowel jonge als oudere dieren kunnen zich besmetten omdat er geen immuniteitsopbouw plaats vindt.

De longworm (Dictyocaulis arnfieldi) is een 2.5 tot 8 cm grote worm die in bronchiën en longen leeft van paardachtigen. In Amerika is de longworm wijd verspreid, in Nederland speelt hij geen grote rol en wordt de longworm voornamelijk gezien bij paarden die met ezels geweid worden. Ezels zijn niet ziek maar scheiden wel de longwormeitjes en -larven uit die het paard wel ziek kunnen maken.

De paardehorzel (Gasterophilus intestinalis) is een grote bruine vlieg die met zijn luidruchtig gezoem in de zomermaanden voor veel onrust zorgt bij paarden. Met name in droge warme zomers zijn ze in grote getale rond weidende paarden en ponies waar te nemen. De paardenhorzel zelf zorgt voor onrust, maar het zijn de maden die bij het paard in de maag voor de problemen zorgen. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland ongeveer 50% van de paarden geïnfecteerd is met larven van de paardenhorzel.