Wat is rhinopneumonie?

Rhinopneumonie is een infectie bij het paard welke wordt veroorzaakt door twee typen van het Equine herpesvirus (EHV1 en EHV4). Beide typen geven luchtwegproblemen bij het paard, terwijl EHV1 ook abortus en neurologische problemen (verlammingen) kan geven. Paarden en ponies van alle leeftijden zijn gevoelig, maar de luchtwegproblemen zien we het meest bij veulens en jaarlingen. Een EHV-infectie kan ook onopgemerkt voorbijgaan zonder dat er symptomen optreden.

Hoe verspreidt het virus zich?

De infectie vindt plaats via direct contact met geïnfecteerde dieren (zgn. neus-neus contact), via kleding en handen of door contact met een geaborteerde vrucht of nageboorte. Het virus wordt niet over grote afstanden door de lucht verspreid zoals bijvoorbeeld bij influenza wel het geval kan zijn. De incubatietijd is ongeveer 5-12 dagen. Na besmetting scheidt het paard circa 2 weken virus uit en is in die periode besmettelijk voor andere paarden. Net als ieder ander herpesvirus blijft het virus latent aanwezig in het dier en kan bij een immuniteitsdaling (stress, andere ziekte) weer tot klinische klachten lijden al zijn deze vaak milder dan die van de eerste besmetting.

Wat zijn de symptomen van rhinopneumonie?

Verreweg het meest frequent zien we de symptomen van de luchtwegen:

  • hoge koorts
  • hoesten
  • waterige neusuitvloeiing
  • ontstoken ogen
  • verminderde eetlust
  • rood neusslijmvlies
  • zwelling van de lymfeklieren van de keel


De abortus treedt ongeveer 2 weken tot 3 maanden op na de luchtweginfectie die vaak onopgemerkt kan zijn. De merrie aborteert meestal in de laatste vier maanden van de dracht. Soms gaat de infectie als een ware 'abortusstorm' over een bedrijf en zullen er meerdere merries aborteren. De abortus levert zelden complicaties op op baarmoederniveau en de merrie zal na enkele weken weer gedekt of geïnsemineerd kunnen worden.

Verreweg het minst frequent komt de neurologische vorm voor. De symptomen varieren van coordinatieproblemen (ataxie) tot volledige verlamming van de achterhand: de dieren kunnen niet staan, niet plassen en niet poepen en hebben een verlamde staart.

Wat is de behandeling van rhinopneumonie?

Dieren met problemen van de luchtwegen kunnen behandeld worden met ontstekingsremmers en eventueel antibiotica om de secundaire bacteriële infectie aan te pakken. Doorgaans is het dier zelf goed in staat de infectie aan te pakken en zal het paard snel herstellen. Een stofvrije omgeving met goede ventilatie kan hiermee helpen (weidegang).

In geval van abortus is de merrie meestal niet ziek en is er ook geen behandeling nodig. Wanneer er geen abortus optreedt maar een ernstig afwijkend veulen geboren wordt is er voor het veulen geen behandeling en zal voor euthanasie gekozen worden.

In geval van neurologische klachten is er geen therapie maar zullen de dieren wel intensief verpleegd moeten worden waardoor in veel gevallen gedeeltelijk of volledig herstel kan plaatsvinden. Hierbij is het van belang dat het paard zich niet kan beschadigen door vallen en liggen, dat het paard voldoende eet en drinkt en dat de eventuele blaasverlamming wordt behandeld (catheterisatie).

Wat kunnen we preventief doen tegen rhinopneumonie?

Vaccinatie tegen rhinopneumonie werkt redelijk goed tegen de ademhalingsvorm maar moet minimaal twee keer per jaar gegeven worden. De bescherming tegen abortus is veel minder betrouwbaar en zou ten minste vier keer per jaar herhaald moeten worden. Over de effectiviteit tegen de neurologische vorm is weinig bekend.

De antistoffen die gemaakt worden na vaccinatie verdwijnen vrij snel uit het bloed van het paard en daardoor is de kans op herinfectie aanwezig. Het frequent vaccineren van alle dieren in een stal zou de infectiedruk van het herpesvirus verlagen waardoor de kans op een uitbraak verkleind wordt. Drachtige merries kunnen in de 5e, de 7e en de 9e maand van de dracht gevaccineerd worden en geadviseerd wordt om deze niet op te stallen bij jonge dieren.