De spoelworm (Parascaris equorum) is een grote worm (tot 50 cm) die voornamelijk voorkomt bij veulens jonger dan een jaar; oudere dieren hebben meestal een goede immuniteit opgebouwd. Vrouwelijke wormen kunnen tot wel 200.000 eutjes per dag produceren die met de mest op het land komen. De eitjes zijn door een dubbele beschermlaag erg goed beschermd tegen droogte, temperatuursverschillen en chemische stoffen waardoor zij soms wel tot 10 jaar infectieus kunnen blijven op het land! Hierdoor is iedere weide waar ooit paarden liepen in principe als besmet te beschouwen.

Levenscyclus

De spoelwormeitjes met daarin al vaak een larfje worden door het veulen opgenomen bij het grazen (3). Zodra het eitje in de darm van het veulen is aangekomen kruipt het larfje uit het ei. Het larfje dringt vervolgens door de darmwand en gaan naar de lever (4). Na passage door de lever gaan de larfjes via de bloedbaan naar de longen (5). De larfjes worden opgehoest en doorgeslikt waarna zij weer in de dunne darm terechtkomen waar de laatste vervelling van de larve plaatsvindt tot volwassen worm. Deze volwassen worden produceert vervolgens veel eitjes die met de mest op het land terecht komen (1) waarin zich vervolgens het larfje ontwikkeld (2) en hiermee is de cyclus weer rond.

spoelwormpaard

 

Symptomen

Besmette veulens kunnen een ruw haarkleed hebben en een dikke buik. Ze groeien vaak slecht en worden mager. Ten gevolge van de trektocht van de larven door de longen kunnen ademhalingsproblemen ontstaan als hoesten en neusuitvloeiing. Wanneer er zeer veel volwassen wormen in de dunne darm aanwezig zijn kunnen er verstoppingsverschijnselen optreden en in zeldzame gevallen kan zelfs de darm scheuren.