De lintworm van het paard (Anoplocephala perfoliata) is een korte worm met een driehoekige lichaam. De volwassen worm varieert van 3 tot 8 cm in lengte en de kop is uitgerust met vier haken waarmee de parasiet zich stevig in het darmslijmvlies van het paard kan vestigen. Uit een onderzoek in 1996 blijkt circa 23% van de paarden in Nederland lintwormen bij zich heeft waarbij ernstige infecties nauwelijks voorkomen. De lintworm leeft op de overgang van de dunne naar de dikke darm en in de blinde darm en zowel jonge als oudere dieren kunnen zich besmetten omdat er geen immuniteitsopbouw plaats vindt.

Levenscyclus

De lintworm heeft een indirecte levenscyclus. Dit betekent dat een tussengastheer vereist is om zich te kunnen ontwikkelen. De tussengastheer is een grasmijtje dat vanuit de mest de lintwormeitjes opeet. Dit mijtje komt wijd verspreid voor op nederlandse weides en wordt zelfs in hooi en stro gevonden. De met lintwormlarfjes besmette mijtjes worden door het paard met het grazen opgenomen en deze larfjes ontwikkelen zich in de darm van het paard tot volwassen lintwormen. De volwassen lintwormen produceren eitjes die na ongeveer 6-10 weken met de mest van het paard worden uitgescheiden.

Symptomen

Lichte infecties geven over het algemeen geen symptomen. Zwaardere infecties kunnen de darmwerking negatief beïnvloeden met koliek tot gevolg.