De paardehorzel (Gasterophilus intestinalis) is een grote bruine vlieg die met zijn luidruchtig gezoem in de zomermaanden voor veel onrust zorgt bij paarden. Met name in droge warme zomers zijn ze in grote getale rond weidende paarden en ponies waar te nemen. De paardenhorzel zelf zorgt voor onrust, maar het zijn de maden die bij het paard in de maag voor de problemen zorgen. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland ongeveer 50% van de paarden geïnfecteerd is met larven van de paardenhorzel.

Levenscyclus

gastrophiluspaard

 

De paardenhorzel legt ongeveer 1000 eitjes op het hoofd en op de benen van het paard (1). De eitjes worden door het paard opgelikt en in de mondholte van het paard komen de larven uit de eitjes (2). De larven kruipen onder het mondslijmvlies waar ze enkele weken blijven. Vervolgens migreren de larven naar de maag en hechten zich vast aan de maagwand (3). De larven verblijven hier gedurende de winter om in het late voorjaar los te laten uit de maag en met de mest mee uitgescheiden te worden (4). De larven kruipen uit de mest de aarde in (5) en vervellen in een aantal weken tot nieuw paardenhorzel (6).

Symptomen

Meestal verloopt een infectie met de larven van de paardenhorzel zonder symptomen. In ernstige gevallen kan een lichte ontsteking van het mondslijmvlies en van het maagslijmvlies optreden. Een typisch beeld bij een infectie met paardenhorzel is dat paarden meer kunnen geeuwen.