Er zijn verschillende ontwormingsmiddelen op de markt tegen worminfecties bij het schaap en de geit.

Middelen tegen rondwormen en lintwormen

Op grond van het werkingsmechanisme van de werkzame stof kunnen deze middelen in drie hoofdgroepen worden verdeeld.

Groep 1

benzimidazolen met als vertegenwoordigers:

  • albendazol
  • fenbendazol
  • oxfendazol
  • febantel

Groep 2

imidithiazolen met als vertegenwoordiger:

  • levamisol

Groep 3

avermectines met als vertegenwoordigers:

  • ivermectine
  • doramectine
  • moxidectine

De middelen uit bovenstaande drie groepen zijn, in de afwezigheid van resistentie, goed werkzaam tegen de belangrijkste rondwormen. De effectiviteit van ivermectine tegen Nematodirus is echter beperkt. Lintwormen zijn goed gevoelig voor benzimidazolen (groep 1).

Alle ontwormnigsmiddelen worden in meer of mindere mate uitgescheiden met d emest. Alleen de avermectines hebben een langdurige negatieve invloed op vrijlevende insecten en andere ongewervelde diertjes op de weide.

Middelen tegen leverbot

Er zijn in Nederland twee middelen beschikbaar die werkzaam zijn tegen de leverbot. Allereerst zijn er produkten met als werkzame bestanddeel triclabendzol. Dit middel werkt niet alleen tegen de volwassen botten maar ook tegen de jonge stadia. Helaas is er met name in Noord Holland een wijdverspreide resistentie tegen dit middel ontstaan en ook in andere gebieden neemt de resistentie toe. Een alternatief zijn de produkten op basis van closantel wat wel de volwassen maar niet de jonge botten doodt.

Wormresistentie

Wormresistentie betekent dat wormen niet meer gevoelig zijn voor bepaalde ontwormingsmiddelen. De resistentie die ontstaat is in veel gevallen een genetische eigenschap van de worm en zal dus doorgegeven worden aan de volgende generatie wormen. Men spreekt van resistentie wanneer een ontwormingsmiddel minder dan 95% van de aanwezige wormen doodt. In diverse landen zoals bijvoorbeeld Schotland en Zuid-Afrika zijn reeds wormen bekend die resistent zijn tegen middelen uit alle groepen en hier zijn deze wormen dus niet meer te bestrijden. In Nederland is het nog niet zover, maar wordt resistentie wel degelijk gevonden.

Er is in Nederland resistentie aangetoond:

tegen de benzimidazolen bij:

  • trichostrongylus spp., teladorsagia en haemonchus contortus

tegen de avermectines bij:

  • trichostrongylus spp.

tegen triclabendazol bij:

  • leverbot
  • Wanneer lammeren na het spenen onvoldoende groeien, ook na herhaaldelijk toedienen van een ontwormingsmiddel wat op de juiste manier én in de juiste dosering wordt toegediend, kan het vermoeden rijzen dat er sprake is van resistentie. Het is dan ook zinvol hierop allert te zijn en eventueel onderzoek te laten doen of resistentie inderdaad een rol speelt.

Voor een adequate toediening van een wormmiddel is het van belang geen verlopen middelen te gebruiken, deze bewaren op de juiste manier, op de juiste manier het middel toedienen en in de juiste dosering die afhankelijk is van het gewicht van het schaap. Het is hierbij verstandig om uit te gaan van het zwaarste dier van de koppel.

Hieronder wordt een tabel weergegeven met de gemiddelde gewichten (in kg) van enkele schapenrassen.

 

ras ooi ram
   
Blue de maine90120
Cambridge7595
Dorset6575
Drents heideschaap4050
Duitse zwartkop80120
Hamshire7095
Kerry hill80150
Leicester Longwool100150
Ouessant1520
Schoonebeeker5080
Skudde3550
Suffolk90120
Texelaar7590
Zwartbles80110

 

 

bron: o.a. www.wormbestrijding.nl