De lintworm van het schaap (Monieziaexpansa) is een lange (tot wel 10 meter) witte lintworm die in het voorste gedeelte van de dunne darm leeft. De kop heeft vier zuignappen en geen haken. De lintworm heeft een indirecte levenscyclus wat betekent dat hij een tussengastheer nodig heeft voor een complete ontwikkeling. In Nederland is Moniezia expansa de enige lintworm die het schaap als eindgastheer heeft. Het schaap is tevens tussengastheer van een aantal andere lintwormen zoals Taenia ovis (eindgastheer hond), Taenia hydatigena (eindgastheer hond), Taenia multiceps (eindgastheer hond en vos) en Echinococcus granulosus (eindgastheer hond en vos).

Levenscyclus

De volwassen lintworm leeft in de dunne darm en bestaat uit een kop en een lang lijf met geledingen die aan het eind los kunnen laten. Deze geledingen, die eruit zien als rijstekorrels, bevatten zeer veel eieren (tot 12000) en komen met de mest op het land. Vrijlevende grasmijtjes, die wijdverspreid op het land voorkomen, dienen als tussengastheer. Ze eten de eieren op en in het mijtje ontwikkelt zich uit het ei een larfje. Bij het grazen worden de mijtjes door het schaap opgenomen en in de darm ontwikkelt zich de volwassen lintworm. De stadia in de grasmijt kunnen enkele jaren in de tussengastheer blijven leven, de eieren zelf zijn slecht bestand tegen weersinvloeden en kunnen 's winters nauwelijks overleven.

Symptomen

Infecties met Moniezia expansa geven in de regel geen problemen. Alleen bij hele zware infecties kunnen verlies van eetlust, lusteloosheid en groeivertraging. Verstopping ten gevolge van massale infectie komt een enkele keer voor. Regelmatig zijn bij opgroeiende lammeren de 'rijstekorrels' in de mest zichtbaar. Lammeren bouwen vrij snel immuniteit op tegen de lintworm en daarom is een behandeling zelden nodig. 

 

bron: o.a. www.wormbestrijding.nl